ECLI:NL:RVS:2003:AF5978
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kapvergunning wegens onvoldoende belangenafweging en motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd verleende vergunning voor het kappen van dertien sparren en vier berken in een particuliere tuin. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college onvoldoende inzicht heeft verkregen in de belangen die de APV beoogt te beschermen en geen onderzoek heeft gedaan naar de herinrichtingsplannen van de vergunninghouder.
De Afdeling stelt dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te vragen om een schriftelijke onderbouwing van de plannen en door het ontbreken van een herplantvoorschrift in de vergunning. Hierdoor is niet voldaan aan de zorgvuldigheidseisen van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft dit miskend.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten en griffierechten ten laste van het college gelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging en motivering.