ECLI:NL:RVS:2003:AF5999
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning serre ondanks privacybezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 8 november 2000 vrijstelling en een bouwvergunning voor de bouw van een serre aan de achtergevel van een woning. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het bouwplan een onaanvaardbare inbreuk op zijn privacy zou vormen en dat het perceel binnen een beschermd stadsgezicht ligt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de gronden van appellant terecht had verworpen. Er was geen aannemelijk bewijs dat de bouw van de serre de privacy van appellant onaanvaardbaar zou schenden. Bovendien was reeds in een eerdere uitspraak vastgesteld dat een bouwvergunning voor een terras in de tuin van de vergunninghouder niet op privacygronden kon worden geweigerd.
De Afdeling stelde vast dat het college het advies van de welstandscommissie had betrokken, die het bouwplan niet in strijd achtte met redelijke eisen van welstand. Hierdoor was het college bevoegd om vrijstelling te verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.