ECLI:NL:RVS:2003:AF6005
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning overkapping en muur wegens onjuiste toetsing bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Giessenlanden verleende op 15 februari 2001 een bouwvergunning voor een overkapping en verhoging van een muur op een perceel. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank te Dordrecht werd afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de muur, die werd verhoogd tot de goothoogte van de overkapping, als onderdeel van de overkapping moest worden beschouwd of als een afzonderlijke erfafscheiding die aan strengere hoogte-eisen moest voldoen. De rechtbank oordeelde dat de muur onderdeel was van de overkapping en dat het college de overkapping terecht als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, had aangemerkt.
De Raad van State oordeelde echter dat de muur door de verhoging onderdeel werd van de overkapping, maar dat de overkapping zelf als gebouw moest worden aangemerkt volgens de Woningwet, omdat het een voor mensen toegankelijke, overdekte en gedeeltelijk omsloten ruimte betreft. Hierdoor was het college ten onrechte uitgegaan van een bouwwerk en verkeerde toetsingscriteria toegepast.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en droeg het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.