ECLI:NL:RVS:2003:AF6013
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwijzing Boezems Kinderdijk als speciale beschermingszone volgens Vogelrichtlijn
Appellanten, de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Wildbeheereenheid Alblasserwaard-West, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om het gebied Boezems Kinderdijk aan te wijzen als speciale beschermingszone (SBZ) op grond van de Vogelrichtlijn.
De Raad van State heeft beoordeeld of de selectie- en begrenzingscriteria die aan de aanwijzing ten grondslag liggen, waaronder het 1%-criterium en het 100-hectare criterium, wetenschappelijk verantwoord en redelijk zijn toegepast. Tevens is onderzocht of de toelichting op het aanwijzingsbesluit voldoet aan de vereisten van artikel 27 van Pro de Natuurbeschermingswet 1998, met betrekking tot de instandhouding van het gebied.
De Afdeling oordeelt dat de gebruikte criteria aansluiten bij de Vogelrichtlijn en dat de gebruikte vogeltelgegevens, waaronder die van Sovon, adequaat en betrouwbaar zijn. Niet-ornithologische belangen zoals agrarische en recreatieve belangen mogen geen rol spelen bij de aanwijzing. De bezwaren over onduidelijkheid van rechtsgevolgen en het ontbreken van een nadeelcompensatieregeling zijn ongegrond. De aanwijzing is gebaseerd op actuele en zorgvuldig verzamelde gegevens en voldoet aan de wettelijke en Europese vereisten.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van Boezems Kinderdijk als speciale beschermingszone wordt ongegrond verklaard.