ECLI:NL:RVS:2003:AF6705
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep huursubsidieperiode 1993-1995 en bevestiging intrekking 1995-1998
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van huursubsidie voor de woning die zij bewoonde, over de perioden van 1 juli 1993 tot 1 juli 1998. De Staatssecretaris had de subsidies ingetrokken wegens samenwoning met een ander persoon op het adres.
De rechtbank verklaarde het beroep over 1995-1998 ongegrond, maar liet het beroep over 1993-1995 buiten beschouwing. In hoger beroep stelde appellante dat ook de eerdere periode in behandeling moest worden genomen.
De Raad van State oordeelde dat appellante tegen het besluit van 25 februari 1999, dat de periode 1993-1995 betrof, geen rechtsmiddelen had aangewend, waardoor het beroep over die periode niet-ontvankelijk was. Voor de periode 1995-1998 bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, omdat het rapport van de Dienst Recherchezaken voldoende grondslag bood voor de intrekking.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het niet-ontvankelijkheid over 1993-1995 niet had uitgesproken en verklaarde het beroep over die periode niet-ontvankelijk. Voor het overige bleef de uitspraak in stand. Tevens werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep over de periode 1993-1995 wordt niet-ontvankelijk verklaard en de intrekking over 1995-1998 bevestigd.