ECLI:NL:RVS:2003:AF6756
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- K. Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Intrekking vorderingsbesluit eigendom voor sanering bodemverontreiniging
De zaak betreft het beroep van appellant tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot intrekking van een eerder vorderingsbesluit van 10 december 1998. Dit vorderingsbesluit betrof het eigendomsrecht van de opstal en het gebruik van de ondergrond van het perceel van appellant, noodzakelijk geacht voor de sanering van ernstige bodemverontreiniging.
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland had in 1992 besloten tot multifunctionele sanering van de verontreiniging op en rondom het perceel. Uit latere onderzoeken, waaronder boringen aan de rand van het perceel, bleek dat de verontreiniging minder ernstig was dan aanvankelijk gedacht en dat een saneringsvariant waarbij de opstal gesloopt moest worden niet langer noodzakelijk was. Verweerder trok daarom het vorderingsbesluit in.
Appellant betwistte de intrekking, stellende dat onvoldoende onderzoek op zijn perceel was verricht. De Raad van State oordeelde echter dat uit de rapporten en het verhandelde ter zitting blijkt dat andere saneringswijzen mogelijk zijn en dat een nieuw saneringsplan zal worden opgesteld. De intrekking van het vorderingsbesluit was daarom redelijk en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het vorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard.