ECLI:NL:RVS:2003:AF7020
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit niet in behandeling nemen verzoek uitkeringskosten na termijnoverschrijding
Appellante, de Bestuurscommissie gemeentelijke scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs, verzocht het Participatiefonds voor het Onderwijs om vergoeding van uitkeringskosten voortvloeiend uit het ontslag van een personeelslid. Verweerster, het Participatiefonds, liet het verzoek buiten behandeling omdat de melding van het ontslag te laat werd gedaan, na het verstrijken van een fatale termijn van zes weken na rappel.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Participatiefonds bevoegd was om in het reglement een rappelprocedure met een fatale termijn op te nemen en dat deze regeling niet in strijd is met de wet. Ook was er geen reden om de termijn te verlengen wegens de zomervakantie.
De Afdeling stelde vast dat het Participatiefonds geen punitieve sanctie oplegt maar de kosten in beginsel voor rekening van het bevoegd gezag laat indien de termijn wordt overschreden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit het vergoedingsverzoek niet in behandeling te nemen wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.