ECLI:NL:RVS:2003:AF7026
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- M. Vlasblom
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling handhavingsbevoegdheid en overgangsrecht bij bestemmingsplan agrarisch gebied
Appellant sub 1 en appellanten sub 2 stelden beroep in tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rhenen inzake bestuursdwang tegen het verbouwen van een tuinhuisje en het plaatsen van caravans op diverse percelen achter een woning. Het college had handhaving geweigerd voor een bouwwerk en gebruik van een perceel van een vergunninghouder, maar handhavend opgetreden tegen andere bouwwerken en gebruik.
De rechtbank Utrecht oordeelde deels in het voordeel van appellant sub 1 en vernietigde het besluit van het college voor zover het handhaving weigerde tegen een caravan van appellanten sub 2. Beide partijen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de betrokken percelen onder het bestemmingsplan “Agrarische doeleinden, agrarisch gebied A” vielen, waarbij het gebruik en de bouwwerken niet aan de bestemming voldeden. Het overgangsrecht bood bescherming aan bestaande gebruiks- en bouwwerkensituaties, mits deze niet zonder vereiste bouwvergunning waren geplaatst. De caravan van appellanten sub 2 viel niet onder het overgangsrecht, maar het college had deze situatie gedoogd sinds 1988. De Afdeling oordeelde dat het college in redelijkheid kon besluiten om handhaving toe te passen tegen de caravan van appellanten sub 2 en vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het anders oordeelde.
Het hoger beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard, waarmee het beroep bij de rechtbank geheel ongegrond werd. De Afdeling gelastte vergoeding van griffierecht aan appellanten sub 2. Hiermee werd bevestigd dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het overgangsrecht slechts beperkte bescherming bood tegen illegale situaties zonder bouwvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten sub 2 is gegrond verklaard en het beroep van appellant sub 1 ongegrond, waarbij het college bevoegd werd geacht handhavend op te treden tegen illegale bouwwerken en gebruik.