ECLI:NL:RVS:2003:AF7036
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- M. Oosting
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen actualisatie bebouwingscontour Streekplan Utrecht
In deze zaak heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht de bebouwingscontour rond de kern Hollandsche Rading geactualiseerd in het Streekplan Utrecht. Appellante maakte bezwaar tegen deze actualisatie, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de primaire beslissing niet als een concrete beleidsbeslissing werd aangemerkt.
Appellante stelde beroep in bij de rechtbank, die zich onbevoegd verklaarde en het beroepschrift doorzond aan de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank inderdaad de bevoegde rechter was, maar besloot het beroep zelf finaal te behandelen omwille van proceseconomie.
De Afdeling overwoog dat de Wet op de Ruimtelijke Ordening geen mogelijkheid biedt tot beroep tegen een dergelijke actualisatie van het streekplan, omdat het geen concrete beleidsbeslissing betreft. De primaire beslissing was niet voor beroep vatbaar en het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling wees appellante op de mogelijkheid om een civiele procedure te starten tegen de primaire beslissing en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de actualisatie van de bebouwingscontour is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid.