ECLI:NL:RVS:2003:AF7048
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Minister mag goedkeuring beleidsregels inkomensbestanddeel tarieven kaakchirurgen en medisch specialisten onthouden
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft bij besluit van 18 juli 2001 goedkeuring onthouden aan beleidsregels van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) betreffende het inkomensbestanddeel in tarieven van kaakchirurgen en medisch specialisten. De rechtbank te Utrecht verklaarde de beroepen van deze beroepsgroepen tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit.
De Minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht bevoegd was, maar dat het bestreden besluit geen besluit was dat onder de beroepsregeling van artikel 35 Wtg Pro valt. De belangen van de kaakchirurgen en medisch specialisten zijn rechtstreeks bij het besluit betrokken.
De rechtbank had het gelijkheidsbeginsel aangevoerd om goedkeuring te eisen, maar de Raad van State overwoog dat de Minister terecht onderscheid maakte tussen beroepsgroepen vanwege verschillen in tariefonderbouwing en inkomensontwikkeling. De keuze om alleen beroepsgroepen met normatief onderbouwde tarieven te compenseren was niet onaanvaardbaar. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen het besluit tot onthouden van goedkeuring worden ongegrond verklaard.