ECLI:NL:RVS:2003:AF7053
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.M. Boll
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake weigering inzage processtukken Europese Commissie voor de Rechten van de Mens
Appellante verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om inzage in processtukken die waren uitgewisseld in een procedure bij de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (ECRM). De Minister weigerde dit verzoek op grond van het vertrouwelijkheidsregime van het oude artikel 33 van Pro het EVRM en aanverwante internationale regels. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad van State stelde vast dat de beslissing op bezwaar door dezelfde functionaris was genomen die ook het oorspronkelijke besluit nam, wat in strijd is met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Desondanks oordeelde de Raad dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven, omdat het vertrouwelijkheidsregime van het EVRM en het European Agreement een bijzondere, uitputtende regeling vormen die de Awb opzij zet. Dit regime vereist dat de inhoud van dossiers bij de ECRM vertrouwelijk blijft.
De Afdeling benadrukte dat appellante ook een verzoek om inzage had gedaan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat eveneens was afgewezen op grond van hetzelfde vertrouwelijkheidsregime. De Raad veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan haar wordt terugbetaald.
De uitspraak bevestigt de bijzondere positie van internationale vertrouwelijkheidsregels boven de nationale openbaarheid van bestuur en benadrukt het belang van correcte mandatering bij besluiten op bezwaar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.