ECLI:NL:RVS:2003:AF7056
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- A. Kosto
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Appellante exploiteert een varkens- en pluimveebedrijf nabij het natuurgebied de Landschotse Heide, dat als beschermd natuurmonument is aangewezen. Zij vroeg een vergunning aan op grond van artikel 12 van Pro de Natuurbeschermingswet voor de bouw van een volièrestal voor 41.500 legkippen ter vervanging van een verloren gegane stal. De vergunning werd geweigerd omdat de ammoniakdepositie op het natuurmonument zou toenemen ten opzichte van de situatie bij aanwijzing in 1973.
Appellante stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat de beslissing niet binnen drie maanden was genomen, en voerde aan dat de gebruikte ammoniakemissiefactor te hoog was en het advies van gedeputeerde staten onterecht niet was betrokken. De Raad van State oordeelde dat de beslissing tijdig was genomen en bekendgemaakt, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend.
De Raad ging vervolgens in op het toegepaste beleid en de gebruikte gegevens voor ammoniakdepositie. Hoewel het beleid niet onredelijk werd geacht, was het gebruik van LEI-gegevens uit 1973 als peiljaar voor de ammoniakdepositie vatbaar voor tegenbewijs. Omdat appellante geen bedrijfsgegevens uit die tijd kon overleggen, had verweerder ook gegevens van kort na de aanwijzing moeten betrekken. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel genomen en werd het vernietigd.
De Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de vergunning wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.