ECLI:NL:RVS:2003:AF7342
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- P.J.J. van Buuren
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Goedkeuring bestemmingsplan spoorverdubbeling Amsterdam-Utrecht niet onrechtmatig
De gemeenteraad van Amsterdam stelde op 17 oktober 2001 het bestemmingsplan 'Spoorbaan Amsterdam-Zuidoost' vast, dat de uitbreiding van twee naar vier sporen mogelijk maakt. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, keurde dit plan op 7 mei 2002 goed. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat het plan onrechtmatig was vanwege procedurele fouten, overschrijding van termijnen, het ontbreken van een milieu-effectrapportage (MER), geluidsoverlast, en het doorkruisen van een ecologische verbindingszone.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geen sprake was van schending van wettelijke voorschriften of algemene rechtsbeginselen. De overschrijding van de vaststellingsperiode door de gemeenteraad leidde niet tot onbevoegdheid. De MER was adequaat en gebaseerd op de Corridornota Amsterdam-Utrecht, die niet verouderd was. Geluidsonderzoek toonde aan dat aan de wettelijke eisen werd voldaan en het plan voorzag in geluidsschermen.
Verder werd geoordeeld dat de ecologische verbindingszone behouden bleef door open ruimte in het plan. Alternatieven waren door de gemeenteraad overwogen, maar het gekozen plan was redelijk. Ook de groenbestemming van voormalige spoorweggronden was voldoende gewaarborgd, mede door toezeggingen van NS Rail Infrabeheer en de gemeenteraad. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.