ECLI:NL:RVS:2003:AF7363
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming particuliere beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Appellant verzocht om toestemming voor het verrichten van particuliere beveiligingswerkzaamheden als horecaportier, maar de korpschef van de politieregio Rotterdam-Rijnmond weigerde deze toestemming op grond van onvoldoende betrouwbaarheid. Deze weigering werd ondersteund door onherroepelijke veroordelingen van appellant, waaronder een vrijheidsstraf voor poging tot zware mishandeling en geldboetes voor rijden onder invloed en mishandeling.
Appellant stelde in hoger beroep dat de feiten die aan de veroordelingen ten grondslag lagen, niet voldoende waren om de weigering te rechtvaardigen, met name omdat hij verstek had laten gaan bij de strafzaak en bij inhoudelijke behandeling vrijgesproken zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat de onherroepelijke veroordelingen op zichzelf voldoende grond vormen om de betrouwbaarheid te betwijfelen en dat het niet relevant is of de feiten tijdens het uitoefenen van het beroep zijn gepleegd.
De Raad van State bevestigde daarom het besluit van de korpschef en de uitspraak van de rechtbank dat de toestemming terecht is geweigerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 april 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd.