ECLI:NL:RVS:2003:AF7367
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid
Appellant werd door de Minister van Verkeer en Waterstaat ongeschikt bevonden om motorrijtuigen te besturen, waarna zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de minister als de voorzieningenrechter verklaarden deze ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State herhaalde appellant voornamelijk eerdere argumenten, die door de Afdeling bestuursrechtspraak werden verworpen. De Afdeling oordeelde dat het tweede onderzoek geen aanwijzingen gaf dat het eerste onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd, waardoor de minister terecht kon vertrouwen op de resultaten van het eerste onderzoek.
De Afdeling benadrukte dat de bepalingen dwingend voorschrijven dat een rijbewijs ongeldig wordt verklaard indien iemand niet voldoet aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. De belangenafweging die appellant wenste is niet aan de orde, aangezien verkeersveiligheid voorop staat. De strafrechtelijke procedure staat los van deze bestuursrechtelijke maatregel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.