ECLI:NL:RVS:2003:AF7368
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijdering rozenboog en afvalcontainer op trottoir
Appellante had zonder vergunning een rozenboog en een afvalcontainer geplaatst op het trottoir voor haar woning. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft daarop een bestuursdwangbesluit genomen om deze objecten te verwijderen om de openbare toegankelijkheid van het trottoir te waarborgen.
Appellante maakte bezwaar tegen het bestuursdwangbesluit, dat door het college werd afgewezen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat appellante geen vergunning had voor het plaatsen van de objecten. De bereidheid van appellante om alsnog een vergunning aan te vragen doet hieraan niet af, omdat het beleid van het college gericht is op het voorkomen van belemmering van de openbare weg en het niet aannemelijk is dat een vergunning zou worden verleend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.