ECLI:NL:RVS:2003:AF7370
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te beschermen belang na vernietiging besluit
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie om een aanvraag tot naamswijziging van zijn minderjarige zoon niet in te willigen. De rechtbank heeft het besluit van 26 september 2001 vernietigd omdat appellant niet was gehoord, hetgeen in strijd was met de hoorplicht van artikel 7:2 Awb Pro.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State met het verzoek de zaak terug te nemen voor inhoudelijke behandeling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij het hoger beroep, omdat het door hem ingestelde beroep bij de rechtbank het beoogde resultaat had: vernietiging van het besluit.
De Afdeling benadrukte dat de Staatssecretaris nu een nieuwe hoorzitting moet beleggen en een nieuwe beslissing moet nemen, waartegen appellant opnieuw beroep kan instellen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.