ECLI:NL:RVS:2003:AF7386
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over compensatiebeginsel bij verlegging schermdijk in haven Delfzijl
De zaak betreft het hoger beroep van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee tegen de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over de vergunningverlening voor het verleggen van de schermdijk in de haven van Delfzijl.
De rechtbank had geoordeeld dat de verlegging van de schermdijk het wadareaal niet had verkleind en dat het compensatiebeginsel uit de planologische kernbeslissingen Waddenzee en Structuurschema Groene Ruimte niet van toepassing was. De vereniging voerde aan dat dit oordeel onbegrijpelijk was en dat onvoldoende compensatie was voorzien.
De Raad van State stelt vast dat de begrenzing van het pkb Waddenzee-gebied niet tot het vasteland loopt maar tot de oude schermdijk. De verlegging van de schermdijk leidt niet tot wijziging van deze begrenzing, maar tot een andere invulling binnen het bestaande gebied. Hoewel schade aan natuurwaarden niet wordt betwist, is het compensatiebeginsel nageleefd door het aanleggen van een zandig gebied met helmgras ter compensatie van broed- en rustgebied.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.