ECLI:NL:RVS:2003:AF7640
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom voor lozing zonder vergunning in oppervlaktewater
Appellante, gevestigd te een plaats, stelde beroep in tegen een last onder dwangsom opgelegd door het Hoogheemraadschap wegens het zonder vergunning lozen van schadelijke stoffen in het oppervlaktewater van de Loosdrechtse Plassen.
De kern van het geschil betrof de vraag of het regenwater dat van de buitensteiger van de inrichting afstroomt en in het oppervlaktewater terechtkomt, als lozing van schadelijke stoffen in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) moet worden aangemerkt. Verweerders stelden dat chroom en koper uit het met impregneermiddel behandeld hout in het water terechtkomen, hetgeen een vergunningplichtige lozing vormt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het onderzoeksrapport van het Hoogheemraadschap van Rijnland voldoende aannemelijk maakt dat uitloging van chroom en koper plaatsvindt. Ook werd vastgesteld dat verweerders bevoegd waren tot het opleggen van de last onder dwangsom en dat het besluit niet in strijd was met het vastgestelde beleid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens lozing zonder vergunning is ongegrond verklaard.