ECLI:NL:RVS:2003:AF7649
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet opnemen woonboerderij in Provinciaal Restauratie-Uitvoeringsprogramma wegens onzorgvuldige voorbereiding
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland stelde het Provinciaal Restauratie-Uitvoeringsprogramma Zuid-Holland 2001-2006 vast, waarbij een woonboerderij niet werd opgenomen wegens het ontbreken van een bouwkundig inspectierapport. Dit besluit werd door appellant aangevochten, maar de voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het schouwrapport, hoewel pas in de bezwaarfase overgelegd, door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg als deugdelijk werd beschouwd en daarom niet zonder nader onderzoek buiten beschouwing had mogen blijven. Het college had moeten nagaan of het rapport voldeed aan het criterium van opstelling door een ter zake kundige.
Het betoog van het college dat gelijktijdige beoordeling noodzakelijk was en dat het niet billijk zou zijn om een later overgelegd rapport mee te wegen, werd verworpen. De bezwaarfase dient immers om fouten te herstellen en een volledige heroverweging te bieden.
Daarmee was het besluit van 12 maart 2002 onvoldoende zorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter, en gelastte vergoeding van griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten om de woonboerderij niet op te nemen in het PRUP wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.