ECLI:NL:RVS:2003:AF7725
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling belang bij gezinsleven bij weigering verblijfsvergunning aan moeder met ouderlijk gezag
Appellante, moeder en wettelijk vertegenwoordiger van haar kinderen, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. De staatssecretaris weigerde deze vergunning en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat de weigering een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het gezinsleven tussen haar kinderen en hun vader, aangezien zij het ouderlijk gezag heeft en zonder verblijf in Nederland de kinderen mee naar Marokko zal moeten nemen.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante geen zelfstandig belang had bij het gezinsleven tussen haar kinderen en hun vader en dat artikel 8 EVRM Pro haar geen zelfstandig recht gaf. De Raad van State oordeelde dat dit onjuist was omdat appellante als wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen wel degelijk een rechtstreeks belang heeft bij eerbiediging van het gezinsleven tussen de kinderen en hun vader.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Tevens werd bepaald dat de rechtbank over de proceskosten zal beslissen bij de einduitspraak. De zaak betreft de afweging van het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro in het kader van vreemdelingenrecht en verblijfsvergunningen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug vanwege het belang van appellante als wettelijk vertegenwoordiger bij het gezinsleven tussen de kinderen en hun vader.