ECLI:NL:RVS:2003:AF7799
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en toepassing vertrekmoratorium
Appellant heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 31 juli 2002 is afgewezen. De rechtbank verklaarde zich vervolgens onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze afwijzing. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de toepassing van een vertrekmoratorium voor asielzoekers uit Centraal-Irak, ingesteld door de Minister van Justitie op grond van artikel 45, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister had in het bestreden besluit geoordeeld dat appellant niet onder dit moratorium viel omdat hij viel onder artikel 31, lid 2, sub k, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State oordeelt dat de beslissing over de toepasselijkheid van het vertrekmoratorium een afzonderlijk besluit van algemene strekking betreft waartegen beroep openstaat. De rechtbank had het beroepschrift dat zich richtte op deze beslissing als een bezwaarschrift aan de minister moeten doorzenden. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het afwijzingsbesluit niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt als bezwaarschrift aan de minister doorgezonden.