ECLI:NL:RVS:2003:AF7988
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek uitbaggering ligplaatsen in kanaal
Appellant verzocht het dagelijks bestuur van het waterschap Rivierenland om uitbaggering van ligplaatsen in het Kanaal van Steenenhoek, wat werd afgewezen omdat het waterschap volgens het bestuur niet bevoegd was om op die plek te baggeren. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het besluit niet gericht zou zijn op rechtsgevolg en vernietigde het bezwaarbesluit.
De Raad van State oordeelt dat het oordeel van het bestuursorgaan over zijn eigen bevoegdheid wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit deel van de uitspraak en bevestigt de rest.
Daarnaast stelt de Raad vast dat het waterschap onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn bevoegdheid en taken, met name op het gebied van waterkwantiteitsbeheer, en dat het besluit daarom in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro. De zaak wordt niet terugverwezen, maar de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard en het besluit van het waterschap wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar bevoegdheid.