ECLI:NL:RVS:2003:AF8000
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen revisievergunning varkens- en paardenhouderij wegens cumulatieve stankhinder
De Vereniging Milieudefensie stelde beroep in tegen de revisievergunning die het college van burgemeester en wethouders van Uden had verleend aan een vergunninghouder voor een varkens- en paardenhouderij. De vergunning betrof het houden van diverse categorieën varkens en paarden op een perceel in Uden.
Appellante voerde onder meer aan dat een stankslot bij de stal voor vleesvarkens had moeten worden voorgeschreven en dat de cumulatieve stankhinder door de inrichting was toegenomen door een verplaatsing van het zwaartepunt van de inrichting. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het ging om stankhinder bij andere woningen dan een specifiek adres, maar de Afdeling oordeelde dat het beroep ontvankelijk was.
De Afdeling overwoog dat verweerder een beoordelingsvrijheid toekomt bij het verlenen van vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, binnen de grenzen van algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten. De voorgestelde maatregel van appellante was niet redelijkerwijs te vergen. De vermeende uitbreiding via een melding van 17 januari 1997 had uitsluitend gunstige milieugevolgen. De geringe toename van de relatieve bijdrage aan stankhinder als gevolg van de zwaartepuntverplaatsing werd als verwaarloosbaar beoordeeld, mede op basis van een rapport van het ministerie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft ongewijzigd van kracht.