ECLI:NL:RVS:2003:AF8003
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit handhaving Braakpeel als primair water ondanks gewijzigde omstandigheden
Appellant, eigenaar van een perceel naast de Braakpeel, verzocht het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei om het primaire water Braakpeel van de legger af te voeren. Dit verzoek werd in 1998 afgewezen. Het college van gedeputeerde staten van Limburg verklaarde het administratief beroep van appellant in 2001 ongegrond en de rechtbank Maastricht bevestigde dit in juli 2002.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Braakpeel niet langer de functie van primair water vervult volgens de huidige normen en dat het handhaven ervan zelfs schadelijk is voor zijn perceel. Hij voerde ook aan dat de omliggende percelen niet langer behoefte hebben aan afwatering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beleid van het dagelijks bestuur om watergangen met een afvoer van minimaal 25 liter per seconde als primair water te onderhouden, en oudere watergangen zolang er enig belang is, niet onredelijk is. De belangenafweging rechtvaardigt dat het dagelijks bestuur meer gewicht toekent aan de belangen van derde-belanghebbenden dan aan die van appellant. De Afdeling zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en de handhaving van de Braakpeel als primair water bevestigd.