ECLI:NL:RVS:2003:AF8318
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke schorsing en intrekking van het bewijs van bevoegdheid van een verkeersvlieger
Appellant sub 1, houder van een Commercial Pilot Licence, werd door de minister van Verkeer en Waterstaat meerdere keren geschorst en uiteindelijk werd zijn bewijs van bevoegdheid ingetrokken vanwege ernstig gevaarlijk vlieggedrag en twijfel aan zijn medische geschiktheid.
De rechtbank te Utrecht had in eerste aanleg een deel van de beroepen van appellant gegrond verklaard, maar de minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en het beroep van appellant ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het bewijs van bevoegdheid te schorsen en in te trekken, mede op basis van rapporten over het onconventionele en provocatieve gedrag van appellant tijdens radiocommunicatie met de luchtverkeersleiding en het ontbreken van verbetering in zijn vlieggedrag.
Ook werd geoordeeld dat de minister terecht een nader medisch onderzoek heeft laten uitvoeren en het verzoek tot verlenging van de medische verklaring mocht afwijzen. De Raad van State wees het verzoek van appellant om schadevergoeding af en bevestigde de overige uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard en de schorsing en intrekking van zijn bewijs van bevoegdheid worden bevestigd.