ECLI:NL:RVS:2003:AF8591
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen wijzigingsvergunning op grond van Wet milieubeheer ongegrond verklaard
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende een vergunning voor het veranderen van een inrichting voor afvalstoffenopslag en -verwerking. Appellanten stelden beroep in tegen deze vergunning, met diverse gronden waaronder het ontbreken van een revisievergunning, de m.e.r.-beoordelingsplicht en het vervallen van de sulfaatnorm.
De Raad van State oordeelde dat het beroep inzake de m.e.r.-beoordelingsplicht niet-ontvankelijk was omdat appellanten hierover geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. Het beroep op het ontbreken van een revisievergunning werd verworpen omdat het bevoegd gezag beleidsvrijheid heeft bij het al dan niet verlangen van een revisievergunning.
Verder werd geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van een naburige gemeente terecht niet betrokken was bij de vergunningverlening, en dat de vergunningvoorschriften inzake milieu, geluid, stof, geur en veiligheid toereikend zijn. De vrees voor niet-naleving van voorschriften werd niet als grond voor beroep aanvaard. Het vervallen van de sulfaatnorm werd gerechtvaardigd omdat andere maatregelen de riolering beschermen.
De Raad van State verklaarde het beroep voor zover ontvankelijk ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is voor zover ontvankelijk ongegrond en voor de m.e.r.-beoordelingsplicht niet-ontvankelijk verklaard.