ECLI:NL:RVS:2003:AF8599
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie over subsidietijdvak ondanks gewijzigde huishoudsituatie
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van de huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1996 tot 1 juli 1997, omdat de Staatssecretaris bij de beoordeling het gezamenlijke inkomen van hem en zijn toenmalige partner heeft meegewogen, terwijl die partner in september 1996 verhuisd was.
De Raad van State oordeelt dat de peildatum voor de subsidie 1 juli 1996 is en dat het gezamenlijke inkomen over 1995 terecht is meegewogen. De wijziging in de bewoningssituatie na deze datum doet hieraan niets af. Ook is het niet relevant dat over een ander tijdvak al een terugvordering heeft plaatsgevonden; elk subsidietijdvak wordt afzonderlijk beoordeeld.
Verder is appellant niet verplicht geweest om de zitting bij de rechtbank bij te wonen of zich te laten vertegenwoordigen, en het niet bijwonen valt binnen zijn eigen risicosfeer. De Raad van State ziet geen bijzondere omstandigheden die afwijking van de wet rechtvaardigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huursubsidie bevestigd.