ECLI:NL:RVS:2003:AF8605
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bodemverontreiniging en kadastrale aantekening op slootdemping te Boskoop
Appellanten betwistten dat hun percelen deel uitmaken van een ernstig geval van bodemverontreiniging op de Voorofscheweg te Boskoop. Zij voerden aan dat het besluit onterecht gebaseerd was op de gehele onderzoekslocatie en dat de gebruikte onderzoeksstrategie niet zonder meer toepasbaar was.
Verweerder stelde dat volgens het beleid een slootdemping met afvalstoffen als één geval van verontreiniging moet worden beschouwd, tenzij onderzoek het tegendeel bewijst. Uit aanvullend bodemonderzoek bleek dat er sterke verontreinigingen met PAK’s in het stortmateriaal aanwezig waren, waardoor de slootdemping terecht als één geval van bodemverontreiniging werd aangemerkt.
Daarnaast voerden appellanten aan dat de kadastrale aantekening niet conform artikel 55 van Pro de Wet bodembescherming was geplaatst. Hoewel verweerder verzuimd had de grootte van het perceelgedeelte aan te geven, was de situatie op de kadastrale kaart correct weergegeven en was er geen benadeling van appellanten of anderen. Dit verzuim werd spoedig hersteld.
De Raad van State oordeelde dat het beleid en de onderzoeksresultaten de classificatie van de slootdemping als één geval van bodemverontreiniging rechtvaardigen. Het kadastrale verzuim was onvoldoende voor vernietiging van het besluit. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit dat de slootdemping een ernstig geval van bodemverontreiniging vormt worden ongegrond verklaard.