ECLI:NL:RVS:2003:AF8606
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- A. Kosto
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning mosselzaadvisserij op droogvallende platen in de Waddenzee
Appellante, de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Kokkelvisserij U.A., verzocht om een vergunning voor het opvissen van 50.000 mosselton mosselzaad op droogvallende platen in de Waddenzee. De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellante stelde dat het beleid onjuist werd toegepast en dat de gebruikte Habitatkaart van Dijkema onbetrouwbaar was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Natuurbeschermingswet en Europese richtlijnen zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn bescherming bieden aan de Waddenzee als speciale beschermingszone. Het beleid is gericht op het herstel en behoud van stabiele mosselbanken vanwege hun ecologische waarde, onder meer als voedselbron voor vogels. Het Beleidsbesluit Schelpdiervisserij Kustwateren 1999-2003 voorziet in maatregelen om schade aan deze mosselbanken te voorkomen.
De Afdeling vond het beleid niet onredelijk en oordeelde dat de weigering van de vergunning gerechtvaardigd was omdat de aangevraagde gebieden bestonden uit zich ontwikkelende mosselbanken die beschermd moeten worden. Het voorzorgsbeginsel en het ontbreken van eenduidig wetenschappelijk bewijs over stabiele mosselbanken rechtvaardigden terughoudendheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor het opvissen van mosselzaad is ongegrond verklaard.