ECLI:NL:RVS:2003:AF8615
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake handhaving en bouwvergunning schuur en bedrijfsactiviteiten
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Bemmel die handhavend optraden tegen een noodwoning, een schuur en bedrijfsactiviteiten op zijn perceel. Het college had onder meer een last onder bestuursdwang omgezet in een last onder dwangsom en bouwvergunningen geweigerd.
De rechtbank Arnhem had het beroep van appellant deels gegrond verklaard door het bestuursdwangbesluit te vernietigen wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar de overige besluiten afgewezen. Appellant stelde dat er sprake was van zicht op legalisering en dat het college onzorgvuldig had gehandeld.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat de schuur zonder vergunning was gebouwd en de bedrijfsactiviteiten niet onder het bestemmingsplan vielen. De stelling dat er zicht op legalisering was, faalt omdat onduidelijk is voor welke activiteiten de schuur is gebruikt en niet aan gemeentelijke voorwaarden is voldaan.
Ook het beroep op rechtsverwerking faalt omdat het college zorgvuldig heeft gehandeld en de belangen van appellant geen bijzondere omstandigheden vormen. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.