ECLI:NL:RVS:2003:AF8617
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor illegale ligplaats vaartuig in Oegstgeest
Appellant werd door het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest gelast het vaartuig 'De Kabbelaar' te verwijderen wegens het innemen van een ligplaats zonder vergunning, onder dreiging van een dwangsom. Appellant voerde aan dat het college haar bevoegdheid had misbruikt en dat het ligplaatsenverbod niet op planologische gronden was gebaseerd, maar dit werd door de Afdeling verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het betreffende artikel 5.3.2.B van de APV meerdere motieven kent, waaronder het voorkomen van overlast en het beschermen van de beeldkwaliteit en het vrije uitzicht over wateren. De foto's van de buitengewoon opsporingsambtenaar bevestigden de overtredingen, en appellant leverde geen bewijs tegen deze constatering.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat appellant niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op vergunningverlening en de aangehaalde vergelijkbare situaties niet als gelijk konden worden beschouwd. De Afdeling concludeerde dat het college bevoegd en redelijk heeft gehandeld door handhavend op te treden en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. De brief van appellant tegen een ander besluit wordt doorgezonden naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de handhaving van de last onder dwangsom tegen appellant wegens illegale ligplaats van het vaartuig.