ECLI:NL:RVS:2003:AF8627
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning standplaats in historische binnenstad Roermond
Appellante verzocht om een vergunning voor het innemen van een standplaats op verschillende locaties in de binnenstad van Roermond, waaronder het Munsterplein, de Graaf Gerardstraat en het Kloosterwandplein. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op grond van artikel 175, zesde lid, van de APV, vanwege het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving en het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellante stelde dat het beleid onhoudbaar was en dat er geen onderscheid werd gemaakt tussen verschillende delen van de binnenstad, terwijl niet alle locaties historisch van aard zijn. Tevens voerde zij aan dat de rechtbank ten onrechte geen aandacht had besteed aan strijd met het bestemmingsplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid, neergelegd in de Beleidsnota standplaats- en ventvergunningen, waarin geen standplaatsvergunningen worden verleend in het beschermde stadsgezicht van de historische binnenstad, niet onredelijk is. De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van dit beleid en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het college de weigering van de vergunning op redelijke gronden kon baseren, mede gelet op adviezen van de commissie Ruimtelijke Kwaliteitszorg en de herinrichting van het gebied.
De Afdeling bevestigde dat het college terecht niet meer hoefde te beoordelen of de weigering ook op andere gronden kon worden gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de standplaatsvergunning bevestigd.