ECLI:NL:RVS:2003:AF8937
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit acceptatie melding veehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Ameland had op 21 december 2001 een melding geaccepteerd voor een verandering van een veehouderij, waaronder de uitbreiding van een veestalling en het veranderen van een schapenschuur in een werktuigenberging. Appellanten stelden dat deze melding ten onrechte was geaccepteerd, onder meer omdat de uitbreiding niet zou passen binnen het bestemmingsplan en de authenticiteit van de omgeving zou schaden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze gronden niet relevant zijn voor de milieubescherming zoals bedoeld in de Wet milieubeheer en dat de bezwaren omtrent de naleving van vergunningvoorschriften niet tot vernietiging van het besluit leiden. Wel werd overwogen dat de melding betrekking had op het verplaatsen van schapen binnen de inrichting, wat leidde tot een afname van de afstand tot woningen en daarmee mogelijk tot grotere stankhinder.
Omdat de melding niet voldeed aan de eisen van artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer en het besluit onvoldoende gemotiveerd was in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, werd het beroep gegrond verklaard. Het besluit van 20 september 2002 werd vernietigd en de gemeente werd gelast het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot acceptatie van de melding is vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder.