ECLI:NL:RVS:2003:AF8954
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bestuursdwanguitvoering
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe besloot op 10 mei 2001 bestuursdwang toe te passen wegens het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting. Appellant verzocht in augustus en september 2001 om uitvoering van dit bestuursdwangbesluit. Na het uitblijven van een beslissing maakte appellant bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet langer als belanghebbende werd gezien.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de brieven van appellant geen verzoeken zijn om een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kan het uitblijven van een beslissing daarop niet worden aangemerkt als het niet tijdig nemen van een besluit. Dit betekent dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het beroep van appellant is daarom ongegrond verklaard. De Raad van State ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bespreekt de beroepsgronden niet verder.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.