ECLI:NL:RVS:2003:AF8968
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake huursubsidie en inschrijving gemeentelijke basisadministratie
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris om de huursubsidie over het tijdvak van 1 juli 1998 tot en met 30 juni 1999 op nihil vast te stellen en een bedrag terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en stelde de huursubsidie vast op een lager bedrag. De Staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 9, tweede lid, en artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huursubsidiewet, die uitzonderingen bieden op de hoofdregel dat alleen personen die correct zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie recht geven op huursubsidie. Appellant voerde aan dat zijn zoon onjuist was ingeschreven en dat dit niet aan hem kon worden toegerekend.
De Raad van State oordeelde dat appellant op de peildatum op de hoogte was van de onjuiste inschrijving en geen voldoende pogingen had ondernomen om dit te corrigeren. Ook was er geen sprake van tussentijds vertrek van de zoon tijdens het subsidietijdvak. Daarom was de Staatssecretaris terecht uitgegaan van de gegevens in de gemeentelijke basisadministratie en hoefde geen toepassing te worden gegeven aan de uitzonderingsbepalingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.