ECLI:NL:RVS:2003:AF8971
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing Zwarte Water en Overijsselse Vecht als speciale beschermingszone
De zaak betreft het besluit van 31 maart 2000 en het daaropvolgende besluit van 12 maart 2002 van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, waarin het gebied Zwarte Water en Overijsselse Vecht is aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) volgens de Vogelrichtlijn. Diverse verenigingen en belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen dit besluit, waarbij onder meer de ontvankelijkheid van sommige appellanten en de rechtmatigheid van het besluit aan de orde kwamen.
De Raad van State oordeelt dat bepaalde appellanten, zoals de Vereniging van Windturbine-eigenaren Friesland en de gemeente Dronten, niet-ontvankelijk zijn omdat zij hun beroep niet tijdig hebben ingediend of geen rechtstreeks belang hebben. Daarnaast wordt geoordeeld dat verenigingen als de Recron en de GLTO geen eigen belang hebben en hun beroepen daarom niet ontvankelijk zijn. Deze bezwaren zijn ten onrechte ontvankelijk verklaard door de staatssecretaris, waardoor het besluit op dit punt wordt vernietigd.
Ten aanzien van de inhoudelijke bezwaren tegen de aanwijzing van het gebied als SBZ, waaronder de gehanteerde selectie- en begrenzingscriteria en de toepassing van het 1%-criterium voor de Kleine Zwaan, oordeelt de Raad dat het besluit niet onrechtmatig is. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vormen het juridische kader, waarbij het belang van instandhouding van vogelsoorten en hun leefgebieden centraal staat.
De Raad verklaart de beroepen van de ontvankelijke appellanten ongegrond en gelast de staat om het betaalde griffierecht aan bepaalde appellanten te vergoeden. Hiermee treedt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van het gebied Zwarte Water en Overijsselse Vecht als speciale beschermingszone wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onontvankelijkheid van bepaalde beroepen, overige beroepen worden ongegrond verklaard.