ECLI:NL:RVS:2003:AF8972
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing huursubsidie na toepassing hardheidsclausulebeleid
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van huursubsidie over de subsidietijdvakken van 1996 tot 1999. De Staatssecretaris had de huursubsidie voor deze perioden vastgesteld op nihil en een bedrag van ƒ 4.064,00 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de hardheidsclausules uit de Wet individuele huursubsidie (Wihs) en de Huursubsidiewet (Hsw), die de Minister de bevoegdheid geven om bepaalde inkomsten buiten beschouwing te laten bij de berekening van huursubsidie indien toepassing tot bijzondere hardheid leidt. De Raad van State overwoog dat onduidelijk was welke bestanddelen het hogere inkomen van appellant vormden, zodat geen aanleiding was om van een uitzonderingssituatie uit te gaan die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde.
De Raad van State bevestigde dat de Staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend en dat het beleid omtrent de hardheidsclausules juist was toegepast. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid bij de beslissing op bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.