ECLI:NL:RVS:2003:AF8981
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing Veerse Meer als speciale beschermingszone volgens Vogelrichtlijn
De zaak betreft het beroep van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en anderen tegen het besluit van de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om het Veerse Meer aan te wijzen als speciale beschermingszone (SBZ) in het kader van de Vogelrichtlijn en voor opname in de lijst van watergebieden van internationale betekenis volgens de Wetlands-Conventie.
De appellanten stelden onder meer dat het bezwaar tegen de opname in de Wetlands-lijst ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en voerden algemene bezwaren aan tegen de aanwijzing als SBZ, waaronder de selectiecriteria, rechtsgevolgen en het ontbreken van nadeelcompensatie. De Raad van State oordeelde dat de aanwijzing voor opname in de Wetlands-lijst geen besluit met rechtsgevolgen is en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder verwees de Afdeling naar een eerdere uitspraak over soortgelijke algemene bezwaren tegen de aanwijzing van het Haringvliet als SBZ, waarin deze bezwaren reeds zijn behandeld en verworpen. Aangezien appellanten geen gebiedsspecifieke bezwaren aanvoerden, concludeerde de Raad dat het besluit rechtmatig is genomen en dat de staatssecretaris zijn verplichtingen uit de Vogelrichtlijn juist heeft uitgevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van het Veerse Meer als speciale beschermingszone is ongegrond verklaard.