ECLI:NL:RVS:2003:AF8982
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen aanwijzing Drents-Friese Woud als speciale beschermingszone
De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft het Drents-Friese Woud aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) op grond van de Vogelrichtlijn. Appellanten, de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de wildbeheereenheid Diever Smilde, hebben tegen dit besluit beroep ingesteld en aangevoerd dat onder meer de selectie- en begrenzingscriteria onjuist zijn toegepast en dat er geen nadeelcompensatieregeling bestaat.
De Raad van State heeft in haar beoordeling het juridische kader van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn uiteengezet, waarbij zij onder meer de verplichtingen van lidstaten tot aanwijzing en bescherming van vogelhabitats benadrukt. De Afdeling heeft tevens verwezen naar een eerdere uitspraak over een vergelijkbare aanwijzing van het Haringvliet, waarin algemene bezwaren tegen dergelijke aanwijzingen zijn behandeld.
Specifiek is het bezwaar behandeld dat de Wespendief niet in het gebied zou zijn waargenomen. De Afdeling achtte de onderbouwing van de aanwijzing op basis van Sovon-gegevens voldoende en zag geen reden het besluit te vernietigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van het Drents-Friese Woud als speciale beschermingszone is ongegrond verklaard.