ECLI:NL:RVS:2003:AF9206
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade hazen aan knolvenkel door Jachtfonds
Appellant verzocht het bestuur van het Jachtfonds om een tegemoetkoming voor schade veroorzaakt door hazen aan knolvenkel op zijn perceel. Dit verzoek werd op 8 juni 2001 afgewezen en het bezwaar daarop op 18 maart 2002 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel op 28 oktober 2002. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuur van het Jachtfonds slechts tegemoetkoming verleent indien de schade niet had kunnen worden voorkomen door de jachthouder of grondgebruiker. De rechtbank had vastgesteld dat de schade aan de knolvenkel voorzienbaar was, mede gezien de aanwezigheid van een hazenkolonie in de omgeving en eerdere schade in voorgaande jaren.
Verder oordeelde de rechtbank dat appellant onvoldoende tijdig preventieve maatregelen had getroffen om de schade te voorkomen. De door appellant genomen maatregelen, zoals schriklint, schrikdraad, gaas en stankmiddel, waren pas na constatering van de schade aangebracht. Het bestuur mocht verwachten dat appellant een hazenwerend raster tijdig zou plaatsen, zeker gezien het kapitaalintensieve karakter van de knolvenkelteelt.
De Raad van State sluit zich aan bij deze overwegingen en verklaart het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van tegemoetkoming door het Jachtfonds bevestigd.