ECLI:NL:RVS:2003:AF9217
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschriften met betrekking tot meetverplichtingen riooloverstorten
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder stelde beroep in tegen een vergunning verleend door het waterschap Zuiderzeeland voor het lozen van afvalstoffen op oppervlaktewater. De vergunning bevatte diverse voorschriften, waaronder maatregelen voor afkoppeling van dakvlakken en metingen van overstortingen uit het rioolstelsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de maatregelen voor afkoppeling noodzakelijk zijn en dat het niet aan de vergunningprocedure is om te beoordelen of het waterschap financieel moet bijdragen. De voorschriften omtrent het plan van aanpak werden als voldoende duidelijk en niet in strijd met rechtszekerheid beoordeeld.
Echter, de voorschriften 7.1 en 7.2, die betrekking hebben op de meetverplichtingen van overstortfrequentie en -hoeveelheid, zijn in onderlinge samenhang onduidelijk en tegenstrijdig, waardoor deze strijdig zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Deze voorschriften zijn daarom vernietigd. Andere voorschriften, zoals rapportageverplichtingen en het bijhouden van een logboek, werden als gebruikelijk en noodzakelijk erkend.
De Afdeling droeg het waterschap op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het waterschap veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Voorschriften 7.1 en 7.2 van de vergunning worden vernietigd wegens strijd met rechtszekerheid; overige voorschriften worden gehandhaafd.