ECLI:NL:RVS:2003:AF9224
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen vergunningstermijn en bevoegdheidswijziging
Appellant verzocht om een vergunning op grond van artikel 53 van Pro de Jachtwet voor het kalenderjaar 2001, welke door de Staatssecretaris werd geweigerd. Tegen deze weigering werd bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
Tijdens de beroepsprocedure trad de Wet Flora- en faunawet in werking, waardoor artikel 53 van Pro de Jachtwet verviel en de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen overging naar gedeputeerde staten. Tevens was de vergunningstermijn waarvoor appellant verzocht had reeds verstreken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat de vergunningperiode was verstreken en de bevoegde instantie was gewijzigd. De rechtbank had dit niet juist beoordeeld, waardoor haar uitspraak werd vernietigd. De Afdeling verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van de vergunningstermijn en wijziging van bevoegdheid.