ECLI:NL:RVS:2003:AF9238
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen illegale berging zonder bouwvergunning
Appellant heeft zonder bouwvergunning een berging opgericht op een perceel met de bestemming 'Oeverland'. Het college van burgemeester en wethouders van Abcoude heeft daarop een handhavingsbesluit genomen om de berging te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Raad van State heeft appellant aangevoerd dat er sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg zouden staan, zoals het feit dat een medewerker van Landschapsbeheer Utrecht het perceel deels als tuin had aangemerkt en dat er op het perceel eerder houten kisten stonden. Ook wees appellant op andere bouwwerken in de omgeving. De Raad van State oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende concreet zijn om af te wijken van het handhavingsbeleid.
De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen concreet zicht is op legalisering van de berging. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.