ECLI:NL:RVS:2003:AF9239
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Doorn verleende op 3 september 2001 een bouwvergunning voor de oprichting van een zomerhuisje. Appellant diende op 7 september 2001 een bezwaarschrift in, maar vermeldde daarin geen gronden van bezwaar, slechts dat deze nader zouden worden aangevoerd. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van gronden. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bezwaarschrift geen gronden bevatte. De Raad van State oordeelde echter dat het bezwaarschrift onvoldoende was omdat de gronden niet waren vermeld, wat vereist is op grond van artikel 6:5 Awb Pro. Bovendien was het niet indienen van nadere gronden niet verschoonbaar, aangezien appellant voldoende gelegenheid had om deze tijdig te formuleren.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat er geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.