ECLI:NL:RVS:2003:AF9240
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Doorn over niet-ontvankelijkheid bouwvergunningaanvragen
Appellant diende meerdere bouwvergunningaanvragen in bij het college van burgemeester en wethouders van Doorn voor het oprichten van woningen, het verbouwen van kantoorruimte tot woning, een sloopvergunning en een splitsingsvergunning. Het college verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk omdat de plannen elkaar zouden uitsluiten en onduidelijk was wat appellant precies wilde realiseren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar het college bleef bij haar standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte de aanvragen niet-ontvankelijk had verklaard. Volgens artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een aanvraag alleen niet in behandeling worden genomen als de aanvrager niet aan wettelijke voorschriften voldoet of onvoldoende gegevens heeft verstrekt, wat hier niet het geval was. Het college had geen wettelijke grondslag voor haar besluit. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het college veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit vernietigd, en het college veroordeeld tot een nieuwe beslissing en proceskostenvergoeding.