ECLI:NL:RVS:2003:AF9844
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening discotheek Almere niet onrechtmatig ondanks milieu- en hinderbezwaren
Bij besluit van 14 oktober 2002 verleende het college van burgemeester en wethouders van Almere een vergunning aan BGM Project Ontwikkeling B.V. voor het oprichten en exploiteren van een discotheek met twee themazalen in Almere. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden onder meer dat de vergunning zou leiden tot aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het gebied, onvoldoende milieueffectrapportage was verricht, en dat geluid- en parkeeroverlast te verwachten waren.
De Raad van State behandelde het beroep op 28 april 2003 en oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was, namelijk voor zover het betrekking had op de te duchten lichthinder. Voor de overige gronden werd het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de vergunning terecht was verleend, omdat de aanvraag voldoende informatie bevatte, de milieueffectrapportage op het juiste niveau was uitgevoerd, en de geluid- en parkeeroverlast binnen aanvaardbare grenzen bleven volgens het akoestisch onderzoek en de geldende regelgeving.
Verder werd overwogen dat de vergunning niet in strijd was met de bescherming van het milieu en dat de gestelde bezwaren tegen het ontwerpbesluit onvoldoende waren onderbouwd. De Afdeling bevestigde dat handhavingsmogelijkheden bestaan indien de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De vergunning blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond, waardoor de vergunning voor de discotheek in Almere in stand blijft.