ECLI:NL:RVS:2003:AF9862
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning recreatiewoningen in winterbed Maas wegens onvoldoende motivering afwijking beleidslijn
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel verleende op 14 februari 2001 een vrijstelling voor de bouw van 14 recreatiewoningen in het winterbed van de rivier de Maas. Appellanten, de Inspecteur VROM regio Oost en de Minister van Verkeer en Waterstaat, maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 15 mei 2001 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college beleidsvrijheid heeft bij toepassing van artikel 23, derde lid, van het bestemmingsplan, maar dat het college de beleidslijn Ruimte voor de Rivier als richtlijn heeft gehanteerd. Bij afwijking van de 'nee, tenzij-criteria' uit deze beleidslijn is een toereikende motivering vereist. Het college heeft echter onvoldoende inzicht gegeven in de belangenafweging, met name doordat het een zwaarwegend maatschappelijk belang niet op juiste wijze heeft toegepast en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van de criteria werd afgeweken.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 15 mei 2001 en de uitspraak van de rechtbank te Arnhem. Het college dient opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college van Maasdriel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij afwijking van de beleidslijn Ruimte voor de Rivier.