ECLI:NL:RVS:2003:AG1719
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van registratie geneesmiddelen via verkorte procedure ondanks wisseling grondstofleverancier
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft op basis van de verkorte procedure 27 generieke geneesmiddelen geregistreerd, gelijkwaardig aan het door appellante ontwikkelde Cipramil. Appellante betwistte deze registratie, met name vanwege de wisseling van grondstofleverancier tijdens de procedure en het ontbreken van nieuwe bioequivalentie- en stabiliteitstesten op het eindproduct met de nieuwe grondstof.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het College terecht aansluiting zocht bij de richtsnoeren van het Europees Comité voor farmaceutische specialiteiten, waarbij herhaling van proeven zonder dwingende noodzaak wordt voorkomen, zonder de veiligheid te verlagen.
Verder werd geoordeeld dat het College zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de geneesmiddelen in wezen gelijkwaardig zijn, ondanks de wisseling van grondstofleverancier. Ook het bezwaar dat het College onrechtmatig gebruik zou hebben gemaakt van het European Drug Master File van de oorspronkelijke leverancier werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de registratie van de geneesmiddelen via de verkorte procedure bevestigd.