ECLI:NL:RVS:2003:AG1735
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning ondanks bezwaar over parkeernorm en welstand
Het college van burgemeester en wethouders van Almere verleende op 19 mei 2000 een bouwvergunning voor het vergroten van een woning op een perceel in Almere. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat op 15 april 2002 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde dit besluit op 20 september 2002. Hiertegen stelden appellanten hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant stelde dat het college ten onrechte volstond met het verbinden van een voorwaarde voor slechts één parkeerplaats, terwijl het bestemmingsplan een parkeernorm van gemiddeld 1,25 parkeerplaatsen per woning voorschrijft. De Raad overwoog dat het bestemmingsplan een globaal plan betreft dat nog uitgewerkt moet worden in een uitwerkingsplan, en dat de parkeernorm daarom niet direct toetsingskader is voor de bouwvergunning. Ook oordeelde de Raad dat de bouwverordening van Almere geen aanleiding gaf om extra parkeerruimte te eisen.
Verder betoogde appellant dat de bouwvergunning had moeten worden geweigerd wegens strijd met redelijke eisen van welstand. De Raad vond echter dat het college het positieve welstandsoordeel terecht baseerde op een gemotiveerd advies van de Welstandscommissie, dat zorgvuldig tot stand was gekomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd, met verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning bevestigd.